|
Joost en Jaap twee goede vrinden,
die het heel goed kunnen vinden.
Speelde in de drukke stad,
zomaar op het zeprapad.
Alle auto's moesten wachten,
de politie kreeg veel klachten.
Over jongens op de straat,
en een file die daar staat.
Een lieve oude dame,
sprak de jongens ernstig toe.
Poeh zei Jaap ik luister niet,
ik mag dit van mijn moe.
Toen de politie eindelijk kwam,
greep hij hen in de kraag.
Hij zei, of dit mag van je moe,
dat is nog maar de vraag.
Zo gingen ze dan met zijn drieen,
naar de moeder van de knaap.
Het liep voor hem niet zo leuk af,
naar bed moest onze Jaap.
En Joost die altijd alles mocht,
zo als hij vaak beweerde.
Die mocht niet meer naar buiten toe,
totdat hij zich bekeerde.
Het was dan ook wel erg dom,
wat de jongens daar deden.
Want auto's rijden heel erg hard,
je bent zo overreden.
|